Voordeel is dat dan ook opgetreden kan worden tegen producten die niet soortgelijk zijn. In de oppositieprocedure wordt overtuigend aangetoond dat Abba een bekend merk is. Uiteindelijk draait het dan om de vraag of consumenten bij bepaalde producten wel een link leggen naar de naam van de band. Dat is zo, vindt het EUIPO, voor producten zoals voedingssupplementen en glutenvrijbier. Echter, niet voor bijvoorbeeld pleisters voor huidwonden, hotels of de teelt van marihuana. Daar legt de consument volgens het EUIPO geen link naar de popgroep, omdat deze producten totaal anders zijn. Daar is mijns inziens het nodige op af te dingen (ik denk nog steeds direct aan de popgroep, maar mogelijk komt dat door mijn leeftijd). Gelukkig heeft Abba tijdig beroep aangetekend.